Over Zaterdagochtend

 

Recreatief Zwemmen

Bij recreatief zwemmen ligt de nadruk op de ontspanning en plezier in het zwemmen en toch tegelijkertijd dingen leren. Alle kinderen tot 14 jaar kunnen bij DOS hieraan deelnemen op de zaterdagmorgen. Eventueel kunnen ze in combinatie met de zaterdagmorgenlessen ook aan selectiezwemmen en/of waterpolo deelnemen.

Het recreatief zwemmen kent de volgende activiteiten:

1. Kikker en Dolfijn diploma’s met keuzepakketten.

Kikker- en dolfijndiploma’s zijn eigen ontworpen clubdiploma’s. Zijn dienen er voor, om het niveauverschil tussen ABC-diploma en het eerste zwemvaardigheidsdiploma op te vullen. Je moet eerst het kikkerdiploma afzwemmen en daarna het dolfijndiploma. Bij deze clubdiploma’s horen tevens keuzepakketten. Ook zijn deze van eigen ontwerp en dienen ter voorbereiding op latere officiële keuzepakketten.

– Kikker- en Dolfijndiploma’s en keuzepakketten:

* Balvaardigheid/waterpolo
* Survival zwemmen
* Snorkelen

2. Zwemvaardigheidsdiploma’s en keuzepakketten.

De zwemvaardigheidsdiploma’s zijn eigenlijk het vervolg op de eerder behaalde ABC-diploma’s. De eisen kunnen daarmee worden vergeleken, alleen worden ze uiteraard iets moeilijker. Je kunt 3 zwemvaardigheidsdiploma’s halen. Ook worden er nieuwe zwemslagen aangeleerd, zoals borst- en rugcrawl bij het eerste diploma en vlinderslag bij het derde. De afstanden, die moeten worden afgelegd worden steeds groter. Naast het basispakket zwemvaardigheid kunnen keuzepakketten gevolgd worden, die specifiek op een onderdeel gericht zijn.

De keuzepakketten zijn:

* Balvaardigheid/waterpolo
* Kunst/synchroon zwemmen
* Survival zwemmen
* Snorkelen

Balvaardigheid en waterpolo.

Bij deze training wordt je aangeleerd, om met een bal in het water te gaan. Je leert o.a. zwemmen met een bal (polocrawl) en verschillende technieken om met een bal te gooien. Ook leer je spelenderwijs de spelregels van waterpolo. Onderling speel je ook wedstrijdjes.

Synchroonzwemmen.

Onder synchroonzwemmen verstaan we: “het uitvoeren van zwemslagen, figuren en/of combinaties; er wordt geprobeerd om een harmonieus en esthetisch geheel te verkrijgen.” Kunstzwemmen is eigenlijk ballet in het water, waarbij je allerlei “kunstjes”aangeleerd worden.

Survival zwemmen.

De kinderen leren voor een groot gedeelte allerlei vaardigheden in het overleven en redden van anderen. Zo wordt er regelmatig gezwommen met kleren en kom je voor “verrassende” acties te staan. Je kunt denken aan: een boot die omslaat, geblindeerd zwemmen of je zelf of anderen zo snel mogelijk uit het water te redden.

Snorkelen.

Bij het snorkelen worden de beginselen van het echte duiken aangeleerd. Met de snorkeluitrusting, dat is een bril, luchtpijp en zwemvliezen, leer je om je onder water goed te oriënteren. Ook leer je technieken om lang onder water te blijven.

Ook bij de keuzepakketten kun je totaal 3 diploma’s halen, waarbij elk diploma steeds iets moeilijker wordt voor de kinderen.

3. De NOB groep.

Wanneer je het keuzepakket snorkelen hebt doorlopen, kun je terecht bij de NOB groep. Dit is eigenlijk het vervolg op het keuzepakket snorkelen. Bij dit onderdeel zijn drie diploma’s te behalen. Bij deze groep leer je nog meer technieken voor het porofessionele duiken. Af en toe kun je dan ook oefenen met echte perslucht uitrusting. Wanneer je de drie NOB diploma’s hebt gehaald, kun je met een echte duikuitrusting aan de slag. Hiervoor moet je dan naar Aalten of Doetinchem.

4. Brevet zwemmen.

Wanneer je drie zwemvaardigheidsdiploma’s hebt gehaald, kun je gaan brevet zwemmen. Je krijgt oefeningen met als doel bepaalde afstanden binnen een bepaalde tijd af te leggen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende slagen. Er zijn zes brevetten te halen. Naarmate je meer brevetten haalt, zijn de afstanden, die je moet zwemmen, groter. Ook moet je de afstand in een steeds snellere tijd afleggen. Wanneer je alle brevetten hebt gehaald, bezit je een dusdanige snelheid, dat de overstap naar selectiezwemmen gemakkelijker is.